Toen ik begon met portretschilderen, dacht ik dat ik nodig had: een ouderwets palet, een aantal penselen om kunstzinnig in m’n mond te steken, een vierkante meter om m’n driepootezel op te zetten, een goede fles wijn en vooral veel intuïtie. Want dán kon je pas schilderen, dacht ik. Als iemand nog steeds denkt dat ‘t zo werkt, dan heb ik helaas slecht nieuws voor je…

Inmiddels teken en schilder ik al zo’n 30 jaar portretten en gedurende die tijd ben ik er steeds achter moeten komen dat alles draait om controle, controle, controle. Het maken van een portret gaat niet om hoe je op basis van intuïtie met een aantal penseelstreken een goed portret kunt opzetten. Het begint al bij de potloodschets, maar eigenlijk ook al de avond vóór ik begin met het maken van kleuren. De keren dat ik te snel van start ging, te snel kleuren maakte, te snel het portret opzette en daardoor keihard onderuit ging en achteraf weer alles moest corrigeren, zijn ontelbaar.

Dus na vallen en opstaan en mensen die me vertelden hoe het werkt, heb ik geleerd om zoveel mogelijk controle te houden over alles wat ik doe. Wat zijn nou die dingen die je kunt controleren?